terug naar index
home_t.jpg (289 octets)  home
home_t.jpg (289 octets) startblad pack

GéKaDé sarl
info@gekade.com

 


... laat impulsen stromen ...

 

 

 

 

Litz (van het Duits "Litzndraht" = geweven draad) is een groepering van enkeldraden om soepele kabels te maken.
Voorbeelden van mechanisch gebruik: naaigaren, schoenveters (die dingen die in de oude schoenen gingen voordat ze de scratch uitgevonden hadden), koorden om alpinisten aan elkaar te verbinden tot de enorme kabels voor sleepboten.
Voor elektrisch en elektronisch gebruik zijn de enkeldraden geleidend. Het meest worden koper en aluminium gebruikt.
Soms worden geleidende draden gemengd met andere draden voor de mechanische sterkte: bijvoorbeeld voor een koptelefoon waar vaak de draden niet geweven zijn om de kosten te drukken.
Ultradunne Litz wordt gebruikt bij de magneetkop van een harde schijf. Hele dikke Litzkabels worden gebruikt bij las apparaten.
De massa aansluiting van een auto accu is een andere toepassing van een plat geweven Litzkabel.

Maar voor de elektronica is het hoofdvoordeel niet dat een Litzkabel soepel is.
Het gebruik van dit soort draad komt door een speciaal elektrisch verschijnsel.

Om de stroom door te laten vloeien ... , moeten de elektronen zich in een geleider verplaatsen. Hier klikken voor de uitleg!

Bij gelijkstroom is het eenvoudig; de elektronen plaatsen zich in de rij en lopen door.
Maar die negatievelingen zijn onderling niet tot elkaar aangetrokken!
Wanneer de stroom wisselstroom wordt dan moeten ze zich elke periode omkeren.
En bij het omdraaien geven ze elkaar een <<elleboog duwtje>>  om meer plaats te krijgen.
Hoe hoger de frequentie wordt, des te harder stoten ze elkaar af; ze verdringen zich.
Net als in een centrifuge gaan de elektronen van het centrum naar de buitenrand.
Hierdoor wordt de meetbare weerstand groter en de geleider wordt warm.
Dit verschijnsel heet de stroomverdringing of  het skineffect (Engels voor huid effect). Soms spreekt men ook over het Kelvin effect.
Er zijn verschillende oplossingen om een geleider beter te benutten onder hoge frequentie:
1)    Het ongebruikte gedeelte van de geleider weg te laten. In plaats van een volle geleider wordt het een pijpleiding.
       Dit wordt gedaan voor erg grote stromen; bijvoorbeeld in lastransformatoren en inductie ovens. Het voordeel van de buis is dan ook dat er een koelvloeistof in kan lopen.
2)    Men kan ook in plaats van een ronde geleider een platte geleider gebruiken.
       Een 1 meter van een ronde geleider van Ø1mm diameter heeft een oppervlakte van pi*Ø*l=31416mm², terwijl dezelfde sectie afgeplat tot 0,05mm een oppervlak heeft van 315159mm² dat is tien keer zo veel!
       Voor sterkstroom worden vaak gelakte profieldraden gebruikt die zich daarenboven beter laten buigen als volle ronde draden. Men gebruikt ook baar koper en aluminium banden (van 0,2mm tot 5mm dik) en heel dunne folie (tape van 0,01 to 0,2mm).
       Het gebruik van band en folie vraagt veel aandacht (respect van de kruipwegen, goede positie isolatie/band geen scherpe randen aan de band die ionisatieverwekkend kan zijn en de isolatie doorbrand).
       De onderlinge capaciteit tussen de wikkelingen is erg groot waardoor de resonantie frequentie laag wordt.
       De vulfactor is gauw laag door de dikte van de nodige isolatie en de kruipafstanden.
       Vaak wordt deze oplossing in schakelende transformatoren alleen gebruikt voor de laagspanning waar veel stroom is en weinig wikkelingen nodig zijn.
       Bij zeer grote aantallen en geautomatiseerde fabricatie wordt folie gebruikt op een analoge wijze als voor het maken van foliecondensatoren.
3)   Om meer nuttige oppervlakte te krijgen kan men ook in plaats van een draad meerdere draden met een kleinere diameter inzetten.
      Met ongeïsoleerde draden gaan de elektronen net als boven beschreven naar de buitenkant met als resultaat een geleider die heter wordt als een volle geleider! (die "luchtgaten" tussen de draden houden de warmte vast).
              Het enige voordeel hier is dat de kabel soepel is.
       We houden het dus op geïsoleerde enkeldraden.
       Deze draden kunne op verschillende wijzen gegroepeerd worden:
        a) men maakt bundels door een aantal enkeldraden tezamen te nemen en ze een draai te geven volgens de gezochte eigenschappen:
            men kan links om draaien (tegen de klok = S vorm. Dit is de normale fabricatiewijze voor Litzdraad) of rechtsom (met de klok = Z) en zelfs de richting om en om draaien;
            de slaglengte (aantal mm per draai) bepaalt het evenwicht tussen buigzaamheid, vormvastheid, vulling en strooicapaciteit.
       PACK Feindrähte kan allerlei soorten bundels maken tot een diamater van 11mm.
       Om grote bundels te maken kan men
       a1) meerdere primaire bundels tezamen draaien tot complexere bundels.
       a2) een aantal primaire bundels naast elkaar bevestigen om banden te maken (RUPALIT PLANAR) Hierdoor wordt de strooicapaciteit lager en een veel betere buigzaamheid dan een rond kabel.
       b) er wordt een geweven band gemaakt: RUPALIT FLECHT. Dit geeft de beste buigzaamheid/compactheid voor grote stromen.

... om de stroom door te laten vloeien ...

andere documentatie: http://en.wikipedia.org/wiki/Litz_wire